Het recht om erbij te horen
Waardoor laat je je leiden als je werkt met het systemische gedachtengoed? In systemisch werken zijn er drie basisprincipes om rekening mee te houden. Allereerst het recht om erbij te horen.
‘Alles heeft zijn plaats, het water van de rivier, de oevers ernaast.’
Johanna Kruit
Mirjam Dirkx licht toe.
Ze komt fel op voor haar community, voor de mensen die haar lief zijn en op straat bedreigd worden. De strijd verplaatst zich plotseling naar mij als opleider. Alles in mij wil zich verantwoorden – ik sta toch aan jouw kant! – en tegelijk wapen ik mij. Zij met stevig geschut, ik in mijn bunker.
Aha, oorlogstaal, bemerk ik vanbinnen. In mijn familiegeschiedenis werden vrouwen net na de bevrijding aangeklaagd en op de kar door het dorp getrokken. Schaamte rondom goed en fout, verwarring rondom schuld en onschuld. Het zit ergens in me. Mijn ik-ideaal staat het liefste aan de 'goede' kant. En juist daar begint het buigen: voor mezelf, voor de mensen aan de ‘verkeerde' kant van de geschiedenis, voor ieder mensenkind dat erbij wil horen. Alles en iedereen heeft zijn plaats.
Met dat kleine naar binnen keren val ik in een grotere ruimte. 'Ik wil je graag horen', zeg ik, zachter. 'En ik ben niet de vijand. Vertel eens, wat doet zo’n pijn?' Even later staat ze in een opstelling. In háár geschiedenis werden onschuldige mannen vermoord voor de daden van anderen. Het water, de rivier, de oevers… alles valt op zijn plaats.
In mijn werk als opleider ga ik regelmatig te rade bij de drie systemische wetmatigheden – principes die goed functionerende systemen, families én organisaties, kenmerken. Het recht om erbij te horen is de eerste, en misschien de meest existentiële. Maar bij dat recht hoort ook een plicht: de ander erbij laten horen. Niet altijd eenvoudig.
Je toewenden naar dat wat vreemd of ongewild is in jezelf, opent de route naar de ander. Zoals Wibe Veenbaas wel eens zei: 'Het hart gaat naar binnen toe open.' Dat kan ik alleen maar beamen.