Post uit de nacht: de taal van het onbewuste
Soms verwerkt de nacht wat de dag heeft gebracht. Dan word ik wakker met een beeld, en blijkt dat het onbewuste al verder is dan ik.
Vannacht in mijn droom zag ik een vrouw aan de piano. Ze speelde Spiegel im Spiegel van Arvo Pärt. Steeds dezelfde tonen, langzaam, bijna te eenvoudig. Er lijkt niets te gebeuren en toch luister je. Elke toon krijgt de tijd om te klinken, tot de volgende komt. Pas als je even wacht, hoor je hun samenhang.
Terwijl zij speelt, loop ik in de Galleria dell'Accademia in Florence, op weg naar de David van Michelangelo. Langs de gang met zijn onvoltooide beelden: de Gevangenen. Een schouder die uit het marmer komt, een knie, de helft van een gezicht. De rest zit nog in de steen. Je ziet ze worstelen om eruit te komen. Ik blijf staan, ik kan niet anders. En aan het eind van de gang staat hij, helemaal vrij.
Daar gebeurt het eigenlijk: niet bij de David, maar tussen de blokken.
Zo gaat leren ook, denk ik. Je bent onderweg naar je David, en tegelijk ligt alles al klaar. Het hoeft alleen nog vrij te komen. Zoals een droom, een boodschap uit het onbewuste, je iets laat zien voordat je er taal voor hebt. Het bewuste komt er achteraan.
In een leerproces gaat het eerder om iets weg te halen dan iets toe te voegen. Zoals Michelangelo het marmer eindeloos bekeek voor hij de beitel erin zette en het beeld tevoorschijn kon komen. ‘Alles is er al…’, zou Wibe zeggen.
Daar draait trainen voor mij om. Kun je verstaan wat zich laat zien? Hoor je de tonen van het lied en de ruimte daartussen?
'Ik wil ook graag wat inbrengen, als het nog kan. Anders wacht ik wel even' zegt de cursist behoedzaam. Dat is zijn eerste toon. Dan vertelt hij dat macht voor hem altijd gelijk stond aan onderdrukking. Zijn schouders zeggen ondertussen: het heeft toch geen zin om iets te willen. En tussen ons gebeurt dit ook. Hij maakt zich wat kleiner, ik word wat groter.
'Weet je wel dat je een kunstenaar in je hebt?' is mijn reactie. 'Ja,' zegt hij meteen. Ik zet ‘Daddy’ van Coldplay op, dan staan we samen in het midden van de kring. 'Jij bent even Michelangelo, en ik ben je marmer. Maak van mij een beeld van de vader die je zo gemist hebt.' Hij boetseert. Ik laat me vormen. Willen, invloed nemen, iets doen: het mag er ineens zijn. Het doet hem goed om zijn gemis te voelen en te ervaren dat het nooit te laat is.
Om de betekenis van het lied te kunnen horen, zet ik mijn ‘sjamanen-talent’ in. Ik luister naar de klank van de woorden en focus me tegelijk op de primaire beweging van het lijf. Dan op de vraag: welk appèl wordt er op mij gedaan? Tot slot neem ik waar wat er tussen ons gebeurt: het parallelproces. Zo ontstaat er een totaalbeeld, dat de essentie raakt. Ik heb de lagen in de overdracht verkend.
In het zo dicht op de huid werken, zoals met deze cursist, zit ook het dilemma. Als ik me laat vormen tot de vader die hij miste, sta ik midden in de overdracht. Hij ziet mij nu als zijn vader. Tegelijkertijd word ik geraakt in mijn eigen geschiedenis met vaders en zonen. Dat maakt mijn insteek echt en riskant tegelijk. Wiens herkansing is het dan?
Ik geloof niet dat je dat veld van overdracht kunt vermijden. Je kunt er alleen wakker in staan. Merken wat er in jezelf beweegt, het niet wegduwen, maar het ook niet laten sturen.
Het je, zo goed als je kunt, inzetten voor het leerproces van de ander. Of dat altijd lukt, weet ik niet. Ik hoop het. Van dienst zijn, en daarin ook jezelf dienen: in die volgorde.
Mijn droom wordt werkelijkheid: even ben ik de pianiste, even ben ik Michelangelo in wording!